Toegankelijkheidsrichtlijn bankdiensten

Om digitale producten en diensten toegankelijk voor mensen met een beperking, werd in 2019 de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn gepubliceerd en breed aangenomen. Momenteel wordt deze richtlijn omgezet in Nederlandse wetgeving en zal vanaf 28 juni 2025 voor onder andere bankdiensten voor consumenten.

Bekijk de video van het webinar: ‘Al klaar voor 2025? Toegankelijkheidseisen van bankdiensten’. Of lees hieronder hoe de richtlijn voor bankdiensten eruit gaat zien.

1: Producten en organisaties

Welke diensten geldt de richtlijn?

Deze richtlijn is bedoeld voor dienstverleners van bankdiensten voor consumenten. Bankdiensten zijn:

  1. Betaalrekeningen: alle diensten die daarbij horen, zoals: een rekening openen, een betaalpas uitgeven, internetbankieren (via app of computer), papieren afschriften, rood staan.
  2. Betaaldiensten: o.a. voor uitvoeren van transacties of het opnemen/storten van contant geld.
  3. Hypotheken en andere leningen voor privégebruik (consumptief krediet).
  4. Beleggingsdiensten en nevendiensten:
    a. beleggingsadvies
    b. het beheren van beleggingen (individueel vermogensbeheer)
    c. het ontvangen, doorgeven en uitvoeren van orders voor consumenten
    d. het bewaren en beheren van financiële instrumenten voor consumenten, bijvoorbeeld aandelen
    e. doorlopend krediet (effectenkrediet)
    f. valutawisseldiensten die bij beleggingen horen
    g. onderzoek over beleggingen, financiële analyses en aanbevelingen over transacties
  5. Elektronisch geld, zoals het uitgeven van kado-kaarten. Ook Electronic Money Tokens (crypto’s die hun waarde koppelen aan “gewoon” geld) vallen hieronder.

Uitzonderingen

De richtlijn geldt niet voor ondernemingen met minder dan 10 medewerkers en die minder dan 2 miljoen euro omzet hebben. De richtlijn geldt ook niet voor de dienstverlening van business-to-business.

Er geldt ook een uitzondering bij een fundamentele wijziging. Dat is wanneer je een product of (onderdeel van een) dienst zo ingrijpend moet aanpassen, dat het product of de dienst daarmee niet meer doet waar het voor bedoeld is.

Tenslotte kan een organisatie zich beroepen op de onevenredige last, als het organisatorisch en financieel veel meer kost dan het voordeel wat het personen met een beperking oplevert. Dit bekijk je per eis van de richtlijn; je zult zoveel mogelijk van de richtlijn moeten uitvoeren.  In de richtlijn staan uitgebreide criteria voor het bepalen of iets een onevenredige last is. Het ontbreken van prioriteit, tijd of kennis valt er in elk geval niet onder. Je kunt deze uitzondering ook niet gebruiken als je financiering krijgt voor het verbeteren van de toegankelijkheid van je product of dienst.

Wat moet er toegankelijk worden?

Bankdiensten maken hun websites, producten, zelfbedieningsterminals en (ondersteunende) diensten toegankelijk.

2: Wat is ‘toegankelijk’?

De European Accessibility Act (EAA) geeft geen strikte definitie van een toegankelijke dienst. Er is wel een Europese standaard voor toegankelijkheid (EN 301 549). Daarin staat onder andere dat overheden moeten voldoen aan de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG). De WCAG richtlijnen zijn verdeeld over vier principes: waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust. In de EAA wordt daar regelmatig naar verwezen. Er staat ook dat deze vier principes relevant zijn voor de richtlijn.

2.1: De vier principes van toegankelijkheid

Waarneembaar betekent dat iemand die een zintuig mist, toch de informatie kan krijgen. Bijvoorbeeld ondertiteling bij een video voor iemand die slechthorend is. En bij plaatjes zet je een beschrijving voor mensen die niet of slecht kunnen zien. Wanneer je je (digitale) product Bedienbaar maakt, kan iemand het bedienen met verschillende hulpapparatuur. Bijvoorbeeld met een spraakinterface of toetsenbord in plaats van een muis. Begrijpelijk gaat bijvoorbeeld over makkelijke teksten, consistente navigatie en behulpzame foutmeldingen. Tenslotte betekent Robuust dat je dienst goed samenwerkt met hulptechnologie. Daardoor kan iemand tekst op het scherm laten voorlezen of snel van kop naar kop springen.

2: Wat is ‘toegankelijk’?

De European Accessibility Act (EAA) geeft geen strikte definitie van een toegankelijke dienst. Er is wel een Europese standaard voor toegankelijkheid (EN 301 549). Daarin staat onder andere dat overheden moeten voldoen aan de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG). De WCAG richtlijnen zijn verdeeld over vier principes: waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust. In de EAA wordt daar regelmatig naar verwezen. Er staat ook dat deze vier principes relevant zijn voor de richtlijn.

2.1: De vier principes van toegankelijkheid

Waarneembaar betekent dat iemand die een zintuig mist, toch de informatie kan krijgen. Bijvoorbeeld ondertiteling bij een video voor iemand die slechthorend is. En bij plaatjes zet je een beschrijving voor mensen die niet of slecht kunnen zien. Wanneer je je (digitale) product Bedienbaar maakt, kan iemand het bedienen met verschillende hulpapparatuur. Bijvoorbeeld met een spraakinterface of toetsenbord in plaats van een muis. Begrijpelijk gaat bijvoorbeeld over makkelijke teksten, consistente navigatie en behulpzame foutmeldingen. Tenslotte betekent Robuust dat je dienst goed samenwerkt met hulptechnologie. Daardoor kan iemand tekst op het scherm laten voorlezen of snel van kop naar kop springen.

2.2: Richtlijnen voor dienstverleners

De EAA zegt dat dienstverleners aan de volgende richtlijnen moeten voldoen:

  1. Producten die gebruikt worden bij de dienstverlening moeten toegankelijk zijn;
  2. Je websites, apps en andere online toepassingen moeten toegankelijk zijn. Dat betekent dat het waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust is. Je kan hier de WCAG 2.12 richtlijnen voor volgen. Er zijn een paar onderdelen die niet toegankelijk hoeven zijn.
  3. Je legt uit hoe je dienst werkt en hoe die samenwerkt met bijbehorende producten. Je geeft ook informatie over de toegankelijkheidskenmerken van je dienst/producten en met welke hulpapparaten het werkt.
    Dat moet op deze manier:

    1. De informatie wordt via minimaal twee manieren (zintuigen) aangeboden. Bijvoorbeeld via tekst en geluid.
    2. De informatie is (ook) beschikbaar in tekstformat (bijv. HTML), zodat die kan worden voorgelezen door hulpsoftware en dat lezers bijv. zelf het font kunnen aanpassen.
    3. De informatie is voor alle gebruikers waarneembaar. Bij een filmpje voeg je bijv. ondertiteling toe voor slechthorenden en een beschrijvende voice-over (audiodescriptie) voor slechtzienden.
    4. Je biedt een alternatief voor informatie die alleen te zien of te beluisteren is. Bijv. een beschrijvende tekst tonen bij afbeeldingen of grafieken.
    5. De informatie wordt op een begrijpelijke manier gepresenteerd. Dat betekent o.a. dat informatie in een logische volgorde en op een voorspelbare manier laat zien (zie ook WCAG 3.2.3 & 3.2.4).
    6. De informatie wordt gepresenteerd met voldoende contrast, een lettertype in geschikte grootte (zo groot als nodig is voor de gebruiksomstandigheden).
    7. De informatie heeft een aanpasbare letter-, regel- en alinea-afstand.
  4. Je ondersteunende diensten (zoals helpdesks, callcenters, bemiddelingsdiensten en opleidingsdiensten) moeten op een toegankelijke manier informatie geven over de toegankelijkheid van je dienst en met welke hulpapparaten je product of dienst werkt.
    1. Bied minimaal 2 contactopties aan. Bellen is geen optie voor iemand die doof is, en mailen kan lastig zijn voor iemand met een verstandelijke beperking.
  5. Je maakt een toegankelijkheidsverklaring en publiceert die openbaar en op een toegankelijke manier, bijv. in de algemene voorwaarden.
    1. Beschrijf je dienst en hoe de dienst werkt.
    2. Beschrijf de manier waarop je aan de toegankelijkheidsrichtlijnen voldoet.
    3. Beschrijf hoe je er in je organisatie voor zorgt dat jouw dienst toegankelijk blijft.
  6. Je hebt procedures die garanderen dat de dienstverlening in overeenstemming met de toepasselijke toegankelijkheidsvoorschriften blijft.
  7. Je zorgt ervoor dat je personeelsleden zijn getraind zodat ze informatie kunnen geven en adviseren over het gebruik van de toegankelijke producten en diensten.
  8. Als je dienst niet toegankelijk is: neem dan direct maatregelen om dit te herstellen, én meldt dit direct bij de bevoegde nationale autoriteiten.

2.3: Overgangsmaatregelen

Dienstverleners mogen bestaande producten die bij de diensten horen nog gebruiken t/m 28 juni 2030. Zelfbedieningsterminals die al in gebruik waren voor 28 juni 2025 mogen nog maximaal 20 jaar gebruikt worden. Ook contracten die voor 28 juni 2025 zijn afgesloten, mogen zonder wijzigingen maximaal 5 jaar doorlopen.

Bron: European Accessibility Act (EAA)

Dit webinar werd mede mogelijk gemaakt door:

Logo van Acccessible EU European Commission

 

 

Veelgestelde vragen

Er zijn op dit moment geen micro- ondernemingen geïdentificeerd in de sector van het personenvervoer per bus en trein. In het algemeen zijn micro-ondernemingen die diensten aanbieden vrijgesteld van de verplichtingen uit de toegankelijkheidsvoorschriften. Het gaat dan om ondernemingen met minder dan 10 FTE en met een jaaromzet van maximaal 2 mln. Voor producten geldt dat niet.  

Op basis van het advies van de Raad van State zijn enkele wijzigingen gedaan aan de toelichting op het wetsvoorstel, en is het nader rapport opgesteld. Het wetsvoorstel is medio 2023 bij de Tweede Kamer ingediend.

Nee, er komt geen meldpunt.

De kern van de complete wet zijn de 4 principes; waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust. Doorloop je alle principes en voldoe je hieraan, dan voldoe je aan de wet.

Als je een apparaat voor 28 juni 2025 gekocht hebt, mag je hem tot maximaal 20 jaar daarna nog gebruiken.

Dat klopt, maar wel de principes die daarin worden genoemd. Daarnaast wordt de komende jaren verder gewerkt aan standaarden. Met de principes kunnen we alvast vooruitwerken.

Jazeker, weldegelijk geeft de WCAG inzicht.

Ja, zowel het product zelf als de informatie over het product moeten toegankelijk zijn. Dat staat in bijlage I, afdeling I van de richtlijn.

Voor producten geldt dat ze aan de richtlijn moeten voldoen als ze op 28 juni 2025 of later op de Europese markt worden gebracht. Indien een product voorafgaand aan deze datum al op de markt was en vanaf 28 juni nog steeds te koop is, is het niet verplicht om het product aan te passen. We moedigen het wel aan, want uiteindelijk is het belangrijk dat alle producten toegankelijk zijn!

Voor diensten geldt iets anders. Alle diensten moeten vanaf 28 juni 2025 aan de richtlijn voldoen, ook als deze voorafgaand aan deze datum al werden aangeboden op de markt. Dit heeft ermee te maken dat bestaande online diensten beter aan te passen zijn dan een bestaand fysiek product. Hierbij geldt wel dat als er sprake is van een lopend contract (bijvoorbeeld een telefoonabonnement of een hypotheek), de eisen niet direct van toepassing zijn. Indien het contract niet wordt gewijzigd, kan het blijven doorlopen tot uiterlijk vijf jaar na 28 juni 2025.

Vanaf 28 juni 3030 moeten ook lopende contracten aan de toegankelijkheidseisen voldoen.

De overheid werkt met MKB-Nederland en VNO-NCW samen om ondernemers goed te informeren over de toegankelijkheidseisen. In 2023 wordt bijvoorbeeld voorlichtingsmateriaal ontwikkeld waarin de eisen per product en dienst inzichtelijk worden gemaakt en worden er informatiesessies voor ondernemers georganiseerd.

Deze sessies zullen samen met de lessons learned worden verspreid via kanalen als brancheverenigingen en Ondernemersplein.

Europese toegankelijkheidswet voor ondernemers - MKB Toegankelijk

Vanaf 28 juni 2025 wordt toezicht gehouden op het naleven van de toegankelijkheidseisen. Omdat de producten en diensten verschillende sectoren raken, houden ook verschillende organisaties toezicht.

Voor alle producten, zoals gedefinieerd onder artikel 2 onder 1 van de richtlijn, is dat de Rijksinspectie voor Digitale Infrastructuur (voorheen Agentschap Telecom).

Voor diensten, zoals gedefinieerd onder artikel 2 onder 2 van de richtlijn, zijn er verschillende toezichthouders:

  • Voor elementen van personenvervoer per vliegtuig, bus, trein en over water is dat de Inspectie Leefomgeving en Transport;
  • Voor bankdiensten voor consumenten en e-handelsdiensten van financiële aard wordt de Autoriteit Financiële Markten aangewezen als toezichthouder;
  • Voor e-boeken en diensten die toegang geven tot audiovisuele mediadiensten wordt het Commissariaat voor de Media aangewezen als toezichthouder;
  • Voor telecommunicatiediensten en e-handelsdiensten is dat de Autoriteit Consument en Markt;
  • Tenslotte zal de Inspectie J&V toezicht houden op het noodnummer 112.

Als je als onderneming na 28 juni 2025 niet aan de toegankelijkheidseisen houdt, kun je een boete opgelegd krijgen. Hoe hoog die boete is kan per dienst of product verschillen.

De toezichthouder baseert zich voor het bepalen van de hoogte van de boete op de wetgeving die van toepassing is op de dienst of het product.

Een aanlooptijd nemen is verstandig, er gaan vaak jaren overheen om producten en diensten te ontwikkelen.

Nee, dat hoeft niet. Zie bijvoorbeeld de gebruikersinterface van geldautomaten.

Het advies is; maak je bedrijfsketen inzichtelijk. Vanaf 28 juni 2025 moeten fabrikanten, distributeurs en producenten aangeven dat hun digitale producten toegankelijk zijn.

Ja, de ruimte rondom de terminals moet inderdaad ook toegankelijk zijn, maar ook bijvoorbeeld de toiletvoorziening et cetera.

Staat jouw vraag er niet bij?

Dan staat het projectteam van MKB Toegankelijk voor je klaar. Neem contact op en stel jouw vraag. Je hoort zo spoedig mogelijk van ons.

Neem contact met ons op