Nina Brugman van Swink: “Een jaar na de EAA staan veel bedrijven nog aan het begin”

Gesprekken volgen in een rumoerige vergadering of tijdens een evenement is voor doven en slechthorenden vaak een enorme uitdaging. Het Nederlandse bedrijf Speaksee biedt daarvoor een innovatieve oplossing: een draadloos microfoonsysteem dat gesprekken in realtime omzet naar tekst. “Iedereen wil kunnen meedoen aan gesprekken, op het werk, op school of tijdens een evenement. Met deze technologie kan dat eindelijk,” zegt CEO en medeoprichter Jari Hazelebach.

Sinds 28 juni 2025 verplicht de European Accessibility Act (EAA) bedrijven om hun digitale producten en diensten toegankelijk te maken. Ruim een jaar later blijkt de urgentie in de markt achter te blijven bij de wet. Nina Brugman, commercieel directeur en mede-eigenaar van Swink, ziet in de praktijk wat dat betekent. En waarom bedrijven die nu bewegen niet alleen compliant worden, maar ook een strategisch voordeel opbouwen.

Swink bestaat volgend jaar 20 jaar en heeft in die tijd een bijzonder bedrijfsmodel opgebouwd. Het bedrijf combineert commerciële dienstverlening in digitale toegankelijkheid met een sterke sociale missie: mensen met autisme aan het werk helpen op een manier die past bij hun talenten. Voor Nina Brugman is die combinatie de kern van het verhaal, ook als het gaat over de EAA.

Van klant tot commercieel directeur

Nina werkt inmiddels 8 jaar bij Swink, maar haar band met het bedrijf gaat verder terug. In haar vorige rol als corporate communicatiemanager bij een groot facilitair bedrijf dronk ze regelmatig kopjes thee met oprichter Paul, zonder dat het toen tot een samenwerking kwam. Toen er intern werd gereorganiseerd en er wél budget vrijkwam voor externe ondersteuning, werd Swink de partner voor een groot migratietraject.

Na haar vertrek bij het facilitaire bedrijf hield ze contact met Swink. Toen Paul voorstelde dat ze zou overstappen naar een commerciële rol, twijfelde ze aanvankelijk. “Ik zat in de hoek van communicatie en marketing,” vertelt ze. Maar bij nadere beschouwing bleek de overstap logischer dan gedacht. “Wat overeind bleef, was het vertellen van een goed verhaal. En dat goede verhaal heeft Swink. Daar hoef ik echt niet meer aan te sleutelen.”

Kijken naar talent, niet naar een cv

De filosofie van Swink sprak Nina vanaf het begin aan. “Er staan gewoon heel veel mensen langs de zijlijn met ontzettend veel talent dat niet wordt benut, omdat onze systemen niet matchen,” legt ze uit. Oprichter Paul vond dat zonde en bouwde een bedrijf waarin dat anders zou zijn.

Concreet betekent dat: bij een sollicitatie kijkt Swink niet in de eerste plaats naar het cv, maar naar motivatie, competenties en een match op kernwaarden. “We kijken niet of je je diploma hebt gehaald. Als iemand bij ons past, zorgen we intern voor opleiding.” Kwaliteiten die vaak samengaan met autisme, zoals sterk analytisch vermogen en het vermogen langdurig geconcentreerd te werken, komen zo tot hun recht.

Waar mensen met autisme volgens Nina wel vaker tegenaan lopen, is het plannen en organiseren van hun werk. Dat stukje neemt Swink hen bewust uit handen. Een teamleider zorgt voor heldere kaders: dit is wat je vandaag doet, voor deze klant, en zoveel tijd heb je ervoor. “Dat zorgt in ieder geval niet voor stress, en dan kunnen ze zich richten op het werk zelf.”

Drie kernwaarden, één cultuur

De cultuur bij Swink draait om drie kernwaarden: persoonlijke groei, deskundigheid en transparantie. Die drie grijpen op elkaar in en gelden voor iedereen in het bedrijf, met of zonder autisme.

Transparantie is misschien wel de meest kenmerkende. “In grote corporate organisaties voel je vaak een onuitgesproken onderstroom. Dingen die van je verwacht worden, maar niet op papier staan,” vertelt Nina. Voor mensen met autisme maakt dat werken onvoorspelbaar, omdat het niet transparant is. Bij Swink probeert men die onderstroom bewust weg te nemen. “Er is geen dubbele agenda. Het is wat het is, en we houden er rekening mee. Ook als het privé even niet zo lekker gaat.”

Deskundigheid is de tweede pijler, en die brengt zijn eigen uitdaging mee. “Mijn collega’s leggen de lat altijd heel hoog. Best wel perfectionistisch. Dus dat is dan weer de uitdaging voor ons als management: soms is goed genoeg ook echt goed genoeg.”

De derde waarde, persoonlijke groei, wordt zichtbaar in verhalen als dat van collega Vincent. Toen hij 15 jaar geleden bij Swink solliciteerde, had hij al een lange reeks afgewezen sollicitaties achter de rug. “Hij ging het gesprek in met de houding: dit wordt ook weer niks.” Toen Paul aan het einde zei dat ze hem graag wilden aannemen, geloofde Vincent het niet. Laatst schreef hij op LinkedIn openhartig over wat het werk voor hem betekent. “Hij vertelt hoe hij bij ons vaardigheden heeft geleerd die hij ook privé meeneemt. Grenzen aangeven, nee zeggen. Dat neemt hij bijvoorbeeld mee naar zijn atletiekvereniging, waar hij events organiseert.”

Van filosofie naar strategische keuze: de EAA

Dat Swink zich specifiek op digitale toegankelijkheid richt, is geen toeval. In 2020 zag het bedrijf dat er wetgeving aan zat te komen die vergelijkbaar was met de al bestaande verplichtingen voor de overheid. “We wisten dat de EAA eraan kwam. Qua bedrijfsvoering en commercieel inzicht was het heel passend om ons daarop te richten,” zegt Nina.

Het werk sluit bovendien uitstekend aan bij de kwaliteiten van de medewerkers. “Onze mensen kregen er ook heel veel energie van, want het gaat natuurlijk over inclusie. En daar weten zij van alles van. Zij zijn zelf ervaringsdeskundige. Het plaatje klopt aan alle kanten.”

In de jaren daarvoor deed Swink veel ervaring op met toetsing voor de overheid, die sinds 2018 verplicht is om websites en apps toegankelijk te maken. De EAA vraagt echter iets anders. “De overheid heeft geen toezichthouder, maar monitort wel. Voor de EAA zijn er 5 toezichthouders die wél echt toezicht houden en gaan handhaven. En de wet zegt: je bent niet compliant met een rapportje, je moet er echt voor zorgen dat je toegankelijk bent. Er zit een meldplicht achter.”

Een jaar na inwerkingtreding: afwachtende houding

Een jaar na de inwerkingtreding is de balans wat Nina betreft gemengd. “Het heeft nog niet de prioriteit bij klanten die ik had gehoopt,” vertelt ze. “In de financiële sector, en dan met name bij grote banken, is de wet al langer op de radar. Zij hebben zelf voldoende kennis in huis.” In andere sectoren is het beeld anders. “Die staan nog heel erg aan het begin van hun reis om toegankelijk te worden.”

Ze ziet daar meerdere oorzaken voor. Toezichthouders zijn zich nog aan het inrichten en beginnen nu pas met concrete acties. Aankondigingen van nalevingsonderzoeken zijn er wel, maar boetes zijn nog niet uitgedeeld. En de wetgeving heeft simpelweg minder ruchtbaarheid gekregen dan bijvoorbeeld de AVG destijds. “De AVG zorgde voor heel veel reuring. Ambtenaren en juristen stonden op scherp. Dat mis ik hierbij. Terwijl toegankelijkheid gewoon een basishygiëne is van wat je aanbiedt.”

Het gevolg is een afwachtende houding bij veel bedrijven. “Zolang er geen gevolgen aan vast worden geknoopt, denken ze: laat nog maar even gaan.”

De drie perspectieven: compliance, opbrengst en kostenbesparing

In gesprekken met klanten hanteert Swink drie invalshoeken om toegankelijkheid op de agenda te krijgen. Nina noemt het ‘de wortel en de stok’.

De stok is compliance. Wie niet voldoet aan de wet, loopt vroeg of laat tegen sancties aan. Maar de wortel is minstens zo interessant. “We hebben het over 25% van de bevolking. De meeste bedrijven waarvoor de wet geldt, richten zich op consumenten en zijn heel conversiegericht. Als daar 1% meer conversie gehaald kan worden, hebben we het gewoon over serieuze omzet.”

Toch wordt die kans op directieniveau volgens haar nog te weinig gezien. “De doelgroep waar je dit voor doet, die hoor je niet. Ze klagen niet. Ze proberen iets aan te schaffen bij een webshop, en als dat niet lukt zijn ze weg. En ze komen niet meer terug.”

Naast compliance en opbrengst noemt Nina nog een derde perspectief: kostenbesparing. “Als je bestaande platformen moet gaan repareren om ze toegankelijk te maken, zit daar een kostenpost achter waar je ‘u’ tegen zegt. Terwijl als je het meeneemt in de ontwikkelfase, dat noemen we toegankelijkheid by design, hoef je niet later dingen te repareren en opnieuw te testen. Dan staat het in één keer goed.” Ze adviseert bedrijven om die shift naar links te maken: toegankelijkheid vanaf de start van het ontwikkelproces meenemen, niet aan het einde repareren.

Kennisniveau van klanten: nog aan het begin van de reis

Wat Nina in gesprekken merkt, is dat organisaties vaak nog niet overzien wat er precies moet gebeuren. “Ze staan aan het begin van hun reis. Ze weten niet helemaal wat er allemaal moet gebeuren. Dan voelt het als veel en als veel gedoe.”

Haar advies is om die overweldiging weg te nemen door te beginnen met een nulmeting. “Zeg niet: het kost me te veel om de website nu aan te pakken. Want dat weet je niet, je weet nog niet waar je staat. Kijk eerst hoe ver je bent, welke kennis je mist, en maak daar je plan van aanpak op.”

Er is inmiddels veel technologie die dat proces vergemakkelijkt. Bij toetsing werkt Swink met een combinatie van geautomatiseerde, semi-automatische en handmatige controles. “Geautomatiseerd toetsen is een ontwikkeling die razendsnel gaat. Al kunnen die tools misschien nu ‘maar’ 30% toetsen, ze kunnen wel veel grotere hoeveelheden pagina’s bekijken en de issues eruit halen dan wanneer je alles handmatig zou doen.”

Ook laaghangend fruit is voor haar een goede plek om te beginnen. “Precies zoals bij fysieke toegankelijkheid, waar een tafeltje iets verder neerzetten of een pinapparaat iets lager al een groot verschil maakt, is er ook digitaal veel te winnen met relatief eenvoudige aanpassingen.”

De maatschappelijke kern

Bij alle argumenten over compliance, conversie en kostenbesparing blijft Nina benadrukken dat er ook een maatschappelijke kant is die niet uit het oog verloren mag worden. “Je doet het ook met een maatschappelijk doel. Iedereen moet gewoon mee kunnen doen.”

Die boodschap sluit voor haar de cirkel. Van de filosofie van Swink zelf, waarin talent boven cv gaat, tot de EAA die digitale drempels moet wegnemen: het draait om inclusie. “Je gunt gewoon iedereen die zelfstandigheid. Niemand kan daar tegen zijn. En als je daar een bijdrage aan kunt leveren door meer aandacht te besteden aan toegankelijkheid, is dat gewoon een enorme winst.”

Voor bedrijven die nog aan het begin staan, is Nina’s boodschap helder. “Niets doen is geen optie. De vraag is niet óf toezichthouders gaan handhaven, maar wanneer. Dan kun je maar beter voorbereid zijn.”

Meer weten over Swink? Kijk op swink.nl. Wil je weten hoe toegankelijk jouw website is? Doe de scan via mkbtoegankelijk.nl/eaa-scan.

Naar overzicht ervaringen

Nina Brugman van Swink: “Een jaar na de EAA staan veel bedrijven nog aan het begin”

Internetconsultatie gestart voor invoering European Disability Card

Webwinkel Toegankelijkheidsonderzoek 2026 Level Level